Dit keer spraken we met Stefanie, de moeder van June. Samen met verpleegkundige Lisanne kijken we terug op de laatste dag, een dag die begon als alle anderen, maar eindigde in stilte.
June’s laatste maanden waren zwaar. Terugkerende infecties, pijn, ongemak, steeds weer verliezen wat er nog was. Een beslissing op papier is iets anders dan de realiteit. Want wat als het moment daar is? Hoe laat je los? Je wilt het beste voor je kind. Het belang van je kind moet voorop staan en je moet vooral niet vergeten te genieten van alle momenten.
Het was een dag zoals zovelen. Ik ging naar mijn werk. Lisanne was er, de hele dag bij June, zoals we gewend waren. Alles leek normaal, tot het dat niet meer was. Lisanne belde mij. "Ze doet anders," zei ze. "Ze is aan het vechten." Niet zoals ze wel vaker deed, niet zoals we gewend waren. Dit was anders. Ik kwam naar huis.
Elke ochtend dat we haar nog bij ons hadden, voelde als een gewonnen dag. June was een knuffelkont, een ondeugend meisje met een schaterlach, zelfs zonder dat we precies wisten wat ze kon zien of horen. Ze was prikkelgevoelig, maar ook een enorme bikkel. Haar favoriete plek was bij ons, op schoot, dicht tegen ons aan. Het team van verpleegkundigen was goud. Lief, betrokken, wij voelden ons bevoorrecht dat ze er altijd waren, om voor haar te zorgen maar ook voor ons. Niets was hen te veel.
We bogen ons voorover, legden een hand op June’s borstkas.
We waren niet bezig met de laatste week, laat staan de laatste dag. Maar het gebeurde. We vroegen een arts om langs te komen. June vocht om in slaap te komen, haar lijfje onrustig. Gelukkig ben ik naar huis gegaan en een paar uur later haalde Ruben Soof op van school. Maar hoe vertel je je dochter dat haar zusje doodgaat?
De dag was anders. Alles wat we niet wilden voor haar gebeurde die dag. Eind van de middag viel June in slaap. Soof keek haar aan en vroeg: "Is ze al dood? ”Dan moet je even luisteren”. Maar toen luisterden we echt. "Ik hoor niks," zei ze. We bogen ons voorover, legden een hand op June’s borstkas. Geen beweging. Geen geluid.
June was dood.
Die avond werd het huis leger. De verpleegkundigen hielpen met opruimen. De infuuslijnen, de medicatie, de voedingspomp – dingen die ooit van levensbelang waren, verdwenen stilletjes. Maar niet zonder betekenis. We dronken thee en haalden herinneringen op, terwijl de stilte zich vulde met liefde.
En toen… was het huis écht stil. Geen gezoem van apparatuur, geen zachte voetstappen van verpleegkundigen, geen onderbroken nachten. Een stilte die voelde als een gemis, maar ook als rust.
het mooiste wat iemand kan doen in tijden van verlies: er gewoon zijn
We hebben geleerd dat zorg meer is dan medische handelingen. De verpleegkundigen van Bijzonder Zorgenkind waren meer dan professionals – ze waren deel van ons gezin. Ze wisten wanneer ze moesten handelen en wanneer ze er gewoon moesten zijn.
Toen Soof haar verjaardag vierde, was er een verpleegkundige aanwezig. Niet omdat het moest, maar omdat ze June bij het taartmoment wilde laten zijn. Ze begrepen ons zonder woorden. En dat is misschien wel het mooiste wat iemand kan doen in tijden van verlies: er gewoon zijn.
Soms hoor ik June’s lach nog. In de wind. In de stilte. In de herinneringen die we blijven vertellen.
Voor altijd.
Published: 31 maart 2025